Mastercollege 2007-2008 In zijn Wissenschaft der Logik pretendeert Hegel de immanente samenhang van zijn systeemdenken stapsgewijs, systematisch en uitputtend uiteen te kunnen zetten. Wetenschap behelst volgens hem een begrippelijke uiteenzetting van de gehele werkelijkheid. Zijn eerder gepubliceerde Phenomenologie van de Geest, met name het laatste deel ervan, vormt het uitgangspunt van deze in drie delen uiteenvallende – de leer van het Zijn, de Essentie en het Begrip - wetenschappelijke uiteenzetting, die een methodische reflectie vormt op de denkcategorieën van het denken zelf. Aan deze van binnenuit ontwikkelde denkbeweging ontleent Hegel uiteindelijk ook zijn door dynamische drieslagen gekenmerkte, dialektische methode. Zo tracht hij de subject-object impasse en de antinomieën waarin volgens hem Kants denken is verzand vanuit het denken zelf te doorbreken. In de behandeling van dit werk zal naast kentheoretische en methodologische aspecten ook aandacht worden geschonken aan de passages waarvan navolgers als Marx en critici als Derrida zich hebben bediend om hun eigen denk’systemen’ in de steigers te zetten. Met deze verwijzingen worden tevens politiek-economische en differentiefilosofische aspecten in Hegels werk ontsloten. Primaire literatuur: G.W.F. Hegel, Wissenschaft der Logik Suhrkamp, Frankfurth a/M Engelse tekst kan ook
worden gebruik Science of Logik |